De bloemen duren slechts een dag en in het wild is er minder dan 1% kans dat de bloemen worden bestoven. De planten zijn zelfbestuivend en de bestuiving vereist enkel een overdracht van het stuifmeel van de meeldraden naar de stempel.

In cultuur worden de bloemen ’s ochtends handmatig bestoven omdat de natuurlijke bestuiver, Melipona beechii, een bijensoort, niet voorkomt buiten het gebied van oorsprong. Dit is vrij arbeidsintensief en verklaart de hoge prijs voor vanille.  

Vanilla planifolia heeft een vochtig, tropisch klimaat nodig en zal het buiten de warme kas vrij moeilijk hebben.

Vanilla planifolia is een soepele, weinig vertakte liaan die zich door middel van haar vlezige wortels vasthoudt aan de steun waarop ze groeit. In het wild kan ze tot meer dan 20 m hoogte groeien.

Ze groeit vanuit de terminale knop en vormt lange stelen waarop de bladeren verspreid staan. De bladeren zijn groen, hebben haast geen bladsteel, zijn lancetvormig en glad, 8-24 cm lang en 2-8 cm breed. De nerven zijn haast onzichtbaar.

De bloemen geuren naar vanille, zijn groen-geel en hebben een diameter van 5 cm. Ze groeien in korte, schermvormige trossen.

De vrucht is een bes: ze is langwerpig en bevat tienduizenden zeer kleine zwarte zaden. Bij rijpheid is de vrucht geel. De plant vormt pas vruchten na 2-3 jaar.

Leefomgeving

Vanilla planifolia groeit het best in vochtig, tropisch regenwoud op 600 m boven de zeespiegel en bij een gemiddelde jaartemperatuur van 27 °C.